Een website van het War Heritage Institute

Veldslag
Slag bij Othée (1408)

De prinsbisschop legt de rechten en de vrijheden van de Luikenaars aan banden maar het prinsbisdom Luik komt binnen de invloedssfeer van de hertogen van Bourgondië.

Slag bij Othée (1408)

Info veldslag

Waar
  • Othée (Rutten/Al Savate)
Wanneer
23 september 1408
Strijdende partijen
Luikse milities
Bourgondische geallieerden van de prins-bisschop
Troepensterkte
6.000 à 10.000
iets meer dan 6.000
Slachtoffers
veel (moeilijk te schatten)
500 à 600
Legerleiders
Momboor (regent) Hendrik van Horne
  • Hertog Jan van Bourgondië
  • Graaf Willem IV van Henegouwen

Synopsis

In de 14de en 15de eeuw is het prinsbisdom Luik een staat binnen het Heilige Roomse Rijk. Een prins-bisschop regeert er zowel wereldlijk als geestelijk, weliswaar binnen de limieten van het gezag van de keizer en de rechten van de inwoners van Luik. Onder deze laatsten zijn het vooral de ambachtsgilden die in de loop van de 14de eeuw meer macht eisen, ten koste van de prins-bisschop. Bij de Vrede van Fexhe van 1316 wordt de prins-bisschop ertoe gedwongen een deel van zijn macht af te staan aan het kathedraalkapittel van Sint-Lambertus (de geestelijkheid), de adel en de Goede Steden (de belangrijkste steden binnen het prinsbisdom).

In de eerste jaren van zijn regeerperiode, die in 1390 begint, probeert de nieuwe prins-bisschop Jan van Beieren de gunst van de Luikenaars te winnen. Maar zijn drang naar absolute macht brengt hem ertoe de steden onder controle te willen brengen.
Vanaf 1395 beginnen zijn onderdanen ernstig ontevreden te raken over zijn beleid en nemen de spanningen toe.  In 1403 wordt in Tongeren een nieuwe vredesovereenkomst ondertekend, waarin het gezag van de prins-bisschop tegenover de zogenaamde
‘haidroits’ – de opposanten tegen Jan van Beieren – wordt herbevestigd. Hij maakt opnieuw misbruik van zijn macht en brengt zo de Goede Steden ertoe zich tegen hem te verenigen.
Vanaf dat moment komen de inwoners van Luik regelmatig in opstand, totdat in 1408 de Slag bij Othée een einde maakt aan deze onrust.

In het voorlaatste jaar van de opstand, in 1407, ziet prins-bisschop Jan van Beieren zich genoodzaakt onder meer zijn schoonbroer, hertog Jan van Bourgondië, om versterking te vragen.
De opstandige Luikenaars worden op militair vlak aangevoerd door Hendrik van Horne, hun feitelijk onwettelijke momboor (de regent van het vorstendom die de stedelingen hadden aangesteld op hetzelfde moment dat zij diens zoon Diederik van Horne tot nieuwe bisschop hadden gekozen). Deze edelman, heer van Perwez en Kranenburg, is een getalenteerd krijgsheer en tevens een vazal van de hertog van Brabant. Hij hoopt overigens op diens steun, maar tevergeefs, aangezien de hertog, de broer van Jan van Bourgondië, daarmee ook familie is van de prins-bisschop.

Versterkt door Engelse boogschutters veroveren de Luikenaars Sint-Truiden en Bouillon. Vervolgens belegeren ze gedurende een heel jaar herhaaldelijk de stad Maastricht, het laatste toevluchtsoord van Jan van Beieren.

Een brief van Jan van Bourgondië aan zijn broer Anton, de hertog van Brabant, beschrijft de veldslag zo nauwkeurig dat we er een goed beeld van hebben.
Louis Prosper Gachard, adjunct-conservator van het Rijksarchief in Brussel in het midden van de 19de eeuw, heeft deze brief gepubliceerd in zijn Analectes Belgiques.
Overigens moet hier worden opgemerkt dat de veldslag in werkelijkheid eerder plaatsvond op het grondgebied van de voormalige gemeente Rutten (nu Tongeren), nabij het gehucht Al Savate, tussen Othée en Tongeren.

Op 17 september 1408 voegt het leger van Jan van Bourgondië zich in Fleurus bij dat van graaf Willem IV van Henegouwen, zijn schoonbroer. Vervolgens splitsen beide legers zich weer op om door Haspengouw te trekken en pas in Montenaken weer samen te komen. Daar vernemen ze dat de Luikenaars de belegering van Maastricht hebben opgegeven om hun eigen stad te verdedigen.
Uit vrees om door hun vijanden in de tang te worden genomen, hebben ze namelijk besloten naar huis terug te keren en te overleggen over de te volgen koers. Momboor Hendrik van Horne, die zich ervan bewust is dat zijn samengeraapte troepen niet opgewassen zijn tegen beroepsstrijders, wil de steden verdedigen. Tegen zijn advies in kiezen zij er echter voor om de graaf van Henegouwen aan te vallen voordat deze zich weer bij de hertog van Bourgondië kan voegen, en hem door hun numerieke overwicht te verslaan.

Het ongedisciplineerde Luikse leger stuit op 23 september tot zijn verbazing echter op de twee bondgenoten die zich bij het dorpje Rutten weer hebben verenigd (hun verkenners hadden hen immers geïnformeerd over de opmars van de Luikse troepen).
Van Horne neemt positie in op een heuvel die door een kloofje van de tegenstanders gescheiden is, waarbij zijn achterhoede en flanken beschermd worden door een linie van wagens en daarachter door zijn cavalerie. Hij wacht op versterkingen uit de nabijgelegen stad Tongeren, maar de Luikenaars zelf geven er de voorkeur aan onmiddellijk de strijd aan te gaan.
Tegenover hen hebben de hertog van Bourgondië aan de rechterkant en de graaf van Henegouwen aan de linkerkant één leger gevormd.

De Luikse troepenmacht kan redelijkerwijze op zijn best geschat worden op 6.000 tot 10.000 voetvolk, 500 tot 600 ruiters en ongeveer honderd Engelse boogschutters.
Tegenover hen staan 3.275 strijders van de hertog van Bourgondië, waaronder 2.097 te voet en te paard, evenals 1.078 boog- en kruisboogschutters, en ongeveer 3.000 man van de graaf van Henegouwen, waarvan hooguit 1.000 soldaten te voet. Dit geheel bestaat dus voornamelijk uit ruiters en boogschutters.
De versterkingen uit Tongeren (2000 volgens de kroniek van Enguerrand de Monstrelet) moeten aankomen via de weg tussen Othée en Tongeren, een weg die vlakbij de posities van de momboor ligt. Diens opstelling is gunstig en defensief dankzij het terrein en de plaatsing van de eenheden: de wagens vormen een omheining die de flanken en de achterhoede beschermt, de cavalerie staat daarachter, het voetvolk en de boogschutters bezetten het centrum, de Engelse boogschutters bevinden zich aan de zijkanten en de edellieden en Hendrik van Horne vooraan.

Rond het middaguur openen de Luikse schutters in de voorhoede het vuur.
De Bourgondische troepen verlaten hun verdedigingspositie in twee groepen: de ene te voet om de kloof over te steken en de andere te paard om de Luikenaars te omsingelen. Deze denken dat de Bourgondiërs op de vlucht zijn, in tegenstelling tot de momboor, die het manoeuvre wel begrijpt maar geen controle meer heeft over zijn manschappen.
Tussen de 400 en 500 Bourgondische ruiters maken de omtrekkende beweging, samen met zo’n duizend man voetvolk. Ze worden eerst tegengehouden door de wagens maar uiteindelijk weten ze deze te passeren en vallen de opstandelingen in de rug aan.

Nu er een doorbraak is ontstaan, vluchten veel Luikenaars naar een nabijgelegen dorp. Ze worden achtervolgd door de vijandelijke ruiters, die hen inhalen. Veel vluchters worden gedood en de overigen zoeken hun toevlucht waar ze kunnen, met name in een bos.
Nadat deze flank is opgerold, keren de Bourgondische cavaleristen terug naar het hoofdgevecht. Daar begint een waar bloedbad.

twee liggende skeletten van volwassen mannen

Na anderhalf uur geven de in het nauw gedreven en haast letterlijk verstikte Luikenaars zich over. De Tongerse versterkingen komen te laat toe; ze zien hoe het ervoor staat en besluiten rechtsomkeer te maken terug richting Tongeren, maar worden nu op hun beurt achtervolgd door de cavalerie. Zelfs zonder dat ze hebben deelgenomen aan de gevechten, betekent alleen al hun aanwezigheid een doodvonnis voor zij die gevangen genomen worden.
Hoewel het aantal slachtoffers uit Luik – waaronder momboor Hendrik van Horne, zijn zoon bisschop Thierry en zijn andere zoon Jan – zeer hoog is, en de kroniek van Enguerrand de Monstrelet 500 tot 600 dode Bourgondiërs vermeldt, is het met de beschikbare bronnen niet mogelijk om een nauwkeurige inschatting te maken van de verliezen aan beide kanten.

Het kamp van de Haidroits, de tegenstanders van Jan van Beieren, is verslagen, maar de onderdrukking is hard.
Op 29 september bezoekt de prins-bisschop, die voortaan
Jan zonder Genade wordt genoemd, zijn stad Luik, maar hij blijft er niet (de hertog van Bourgondië krijgt door deze veldslag de bijnaam Jan zonder Vrees).
De stad levert 500 gijzelaars uit aan de bondgenoten, die hen drieënhalf jaar vasthouden.

Op 24 oktober 1408 besluiten de bondgenoten in Rijsel de instellingen van Luik af te schaffen en eisen zij een zware betaling. Het is trouwens met een duidelijke bedoeling dat deze straf wordt opgelegd door ‘vreemdelingen’, want hierdoor wordt de wrok van de Luikenaars op hen te gericht in plaats van op de prins-bisschop.
Overigens zijn het de buitenlandse vorsten die Jan van Beieren hebben geholpen om Luik te heroveren, die als grote winnaars uit de strijd komen en de controle over het land overnemen, met name de hertog van Bourgondië, die voortaan de feitelijke voogdij over het prinsbisdom in handen heeft.
Het lot van Luik symboliseert de overwinning van de vorstelijke macht op de stedelijke burgers.

 

Auteur: Thibault Heusse

 

Literatuur

Bronnen:

  • BOURGOGNE, Jean duc de, “Lettre de Jean, duc de Bourgogne, à Antoine, duc de Brabant, son frère, sur la bataille livrée aux Liégeois, à Othée, le 23 septembre 1408”, uitgegeven voor GACHARD L.P., Analectes Belgiques : ou recueil de pièces inédites, mémoires, notices, faits et anecdotes concernant l'histoire de Pays-Bas, Brussel: Auguste Wahlen, 1830, p. 2-6
  • DE MONSTRELET Enguerrand, Chronique, t. I, uitgegeven door Douët d’Arcq Louis, Parijs: Renouard, 1857, p. 350-387
  • DES SALLES, LA BARRE Louis F. de, Mémoires Pour Servir A L'Histoire De France Et De Bourgogne: Contenant Un Journal De Paris Sous les Regnes de Charles VI. & de Charles VII. : L'Histoire du Meurtre de Jean sans peur, Duc de Bourgogne, avec les Preuves : Les Etats des Maisons & Officiers des Ducs de Bourgogne de la derniere Race, enrichis de Notes historiques très-interessantes pour un grand nombre de Familles illustres : Des Lettres de Charles le Hardy, Duc de Bourgogne, au Sieur de Neufchastel du Fay, Gouverneur du Luxembourg; & plusieurs autres Monumens très-utiles pour l'éclaircissement de l'Histoire du XIV. & XV. siecle : Avec une Table des Matieres, & des Noms des Familles les plus considerables dont il est fait mention dans l'Ouvrage, t. I, Parijs: Julien-Michel Gandouin, Pierre-François Giffart, 1729, p. 373-379

Werken :

  • CHARLIER Yves, La bataille d'Othée et sa place dans l'histoire de la Principauté de Liège, onuitgegeven licentieverhandeling, Université de Liège, academiejaar 1983-1984
  • DEVRIES Kelly, « Othée, Battle of », in: Rogers Clifford J. (dir.), The Oxford encyclopedia of medieval warfare and military technology, vol. III, New York: Oxford University Press, 2010, p. 90-91
  • KURTH Godefroid, La cité de Liège au Moyen-Âge, t. III, Brussel: A. Dewit, Luik: L. Demarteau/D. Cormaux, 1910, p. 50-76
  •  
Galerij