Info veldslag
- Ekeren
- Spaanse Successieoorlog (1701-1713)
|
Leger van de 'Twee Kronen': Frankrijk - Spanje
|
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
|
|
|---|---|---|
| Troepensterkte |
ca. 24.000
|
ca. 12.000
|
| Slachtoffers |
|
|
| Legerleiders |
|
|
Synopsis
De Spaanse Successieoorlog (1701-1713) ontstond nadat koning Karel II van Spanje einde 1700 stierf, zonder een erfgenaam na te laten. In zijn testament bleek Karel Filips van Anjou, de kleinzoon van de Franse koning Lodewijk XIV, als troonsopvolger voor de Spaanse kroon – inclusief kolonies en Europese gebieden – te hebben aangeduid.
Hierdoor kwam het Europese machtsevenwicht op de helling te staan. Bij verscheidene Europese grootmachten ontstond namelijk de bezorgdheid dat een Spaans-Franse unie onder de Bourbons Frankrijk té machtig zou worden. Deze Spaans-Franse unie werd de ‘Twee Kronen’ genoemd. De Oostenrijkse Habsburgers die als keizers het Heilig Roomse Rijk bestuurden, de Republiek der Verenigde Nederlanden, Engeland en nog enkele Duitse staten vormden een coalitie tegen Frankrijk en Bourbon-Spanje, de ‘Grote Alliantie’.
Op diverse plaatsen in Europa gingen de beide machtsblokken vanaf 1701 de confrontatie aan. De Zuidelijke Nederlanden werden een van de strijdtonelen van deze Spaanse Successieoorlog.
De Zuidelijke Nederlanden maakten deel uit van het Spaanse rijk. Vermits dit gebied de grens vormde tussen Frankrijk en de Republiek der Verenigde Nederlanden, beschouwden de Fransen dit als een strategisch essentiële bufferzone. Eerdere pogingen van Lodewijk XIV om de Zuidelijke Nederlanden ter veroveren, o.a. tijdens de Negenjarige Oorlog (1688-1697), waren mislukt. Nu zijn kleinzoon echter op de Spaanse troon zat, zag hij opnieuw zijn kans schoon en hij liet in 1701 een Franse troepenmacht het gebied binnenrukken.
Hierop was een Engels-Hollands leger onder het opperbevel van de hertog van Marlborough in 1702, in een campagne langs de Maas, met succes de Zuidelijke Nederlanden binnengevallen en in 1703 probeerden zij hun posities te versterken. Hierbij kwam Antwerpen in het vizier.
De aanloop
In het kader van een operationeel maneuver waarbij de Hollandse generaals Menno van Coehoorn en Karel van Sparre zich op 27 juni 1703 richten op Liefkenshoek en Stekene – ten westen van Antwerpen – begint een Hollandse (of ‘Staatse’) troepenmacht onder bevel van generaal Jacob van Wassenaer Obdam op 28 juni vanuit Bergen op Zoom aan een opmars naar Antwerpen uit noordelijke richting. De bedoeling is om de Franse en Spaanse troepen in de regio onder druk te zetten.
Omwille van onenigheden binnen het commando, slechte verkenningen, inertie en gebrekkige communicatie blijkt Obdam niet opgewassen tegen het vijandelijke gevaar.
Terwijl zijn leger zich op 29 juni uitstrekt over de smalle wegen en polders rond Ekeren, wordt het onverwacht omsingeld door een veel grotere Frans‑Spaanse strijdmacht onder bevel van de hertog van Boufflers en de markies van Bedmar, uitgezonden door de Frans-Spaanse opperbevelhebber, de hertog van Villeroy.
© Winston Churchill, CC BY-SA 4.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0>, via Wikimedia Commons
De Staatse troepen komen in een benarde positie terecht. Ze zijn numeriek zwaar in de minderheid en hebben nauwelijks ruimte om te manoeuvreren in het moerassige landschap. De gevechten concentreren zich rond Ekeren, Oorderen en Wilmarsdonk, dorpen die eeuwen later zouden verdwijnen onder de Antwerpse havenuitbreiding.
Verloop van de strijd
Reeds in de vroege ochtend van 30 juni botsen Hollandse voorposten op vijandelijke cavalerie in de omgeving van Brasschaat. Verschillende kleine schermutselingen groeien snel uit tot hevige gevechten wanneer blijkt dat Franse en Spaanse troepen de Staatse colonne langs meerdere kanten benaderen.
De polders, doorsneden door dijken en sloten, breken het slagveld in talloze kleine sectoren, waardoor de strijd gefragmenteerd en bijzonder chaotisch verloopt.
In de zone van Muisbroek en Oorderen wordt bijzonder hard gevochten. De Staatse infanterie verschanst zich in boerderijen, achter hagen en langs dijken, terwijl Franse troepen in golven aanvallen. Verschillende dorpskernen wisselen meermaals van bezetter: wat ’s ochtends nog in Hollandse handen was, kan een uur later alweer door Franse grenadiers worden ingenomen, om vervolgens opnieuw door een Staatse tegenaanval te worden heroverd. De gevechten zijn chaotisch en verspreid. De Hollandse eenheden moeten voortdurend kleine detachementen uitsturen om opduikende vijandelijke eenheden af te slaan.
Ondanks de overweldigende vijandelijke druk houden de Staatse soldaten stand. De verdediging wordt gedragen door taaie infanterieregimenten en een reeks geïmproviseerde tegenaanvallen van de cavalerie die een cruciale rol speelt door herhaaldelijk een bres te slaan in de vijandelijke linies. Deze charges van de Hollandse cavalerie zijn riskant, want het terrein is drassig en smal, maar ze vertragen de Franse omsingeling telkens opnieuw.
Intussen proberen de Franse bevelhebbers hun troepen te hergroeperen voor een beslissende aanval, maar de voortdurende Staatse charges zorgen voor verwarring in hun rangen.
De situatie lijkt niettemin uitzichtloos voor de Hollandse eenheden, maar in de late namiddag slagen enkele ervaren generaals, onder de leiding van Frederik van Baer Slangenburg, erin een uitbraak te forceren richting het noorden.
Blauw: Staatse troepen (Republiek)
Rood: troepen van de Twee Kronen (Frankrijk/Spanje)
© Danny Snelders
Slangenburg concentreert de resterende infanterie in compacte blokken en laat zijn cavalerie een laatste, krachtige charge uitvoeren om een doorgang te creëren in Oorderen. Terwijl Franse troepen proberen de opening te dichten, vechten de Staatse soldaten zich in de avonduren letterlijk meter per meter een weg door de vijandelijke linies.
De uitbraak is bloedig, maar succesvol: de omsingeling breekt open en de Hollandse legermacht kan zich terugtrekken en weet, met zware verliezen, ’s anderendaags de haven van Lillo te bereiken, op het grondgebied van de Republiek.
De strijd zat vol met opmerkelijke gebeurtenissen en anekdotes.
Eén ervan is wellicht de ‘desertie’ van generaal Obdam die in Breda kwam melden dat gans zijn leger verslagen was. Dit terwijl zijn moedige en ervaren troepen, onder de leiding van Slangenburg en de graaf van Tilly, een opmerkelijke militaire prestatie hadden geleverd door een uitbraak te forceren uit de omsingeling.
Obdams militaire carrière is om zeep maar Slangenburg wordt tot held van de Republiek uitgeroepen…
Betekenis
Militair gezien claimen beide partijen de overwinning. De Fransen hebben het slagveld behouden, maar zijn er niet in geslaagd het Staatse leger te vernietigen. Deze laatsten hebben zich dan weer uit een omsingeling door een numeriek veel sterkere tegenstander weten te redden, wat in de Republiek als een heldendaad wordt gevierd.
De Slag bij Ekeren toont hoe onvoorspelbaar en brutaal de oorlogvoering in de Zuidelijke Nederlanden kon zijn. Het illustreert ook hoe kwetsbaar het gebied was: dorpen werden verwoest, bewoners vluchtten, en de regio veranderde tijdelijk in een oorlogszone.
Hoewel deze veldslag geen beslissende wending bracht in de Spaanse Successieoorlog, bleef ze in de herinnering voortleven als een voorbeeld van moed, improvisatie en militair doorzettingsvermogen in een van de meest door oorlog geteisterde regio’s van Europa.
Auteur: LtKol MAB Danny Snelders
Literatuur
- SNELDERS Danny, De Slag bij Ekeren, “De vergeten Slag”, De Boekmaker, 2026
- BRESSELEERS Frans & KANORA Hendrik, Geschiedenis van Ekeren, Ekeren: Pvba Van Hoof, 1956.
- CHURCHILL Winston Spencer, Marlborough: His Life and Times, Londen: George G. Harrap Co. Ltd., 1947.
- DE GELDER Carel Christiaan, Eene schoone bladzijde uit onze krijgsgeschiedenis, de slag bij Ekeren 1703, Assen: N.V. Drukkerij voorheen H. Born, 1934.
- DUMONT Jean, ROUSSET DE MISSY Jean en VAN HUCHTENBERG Jan, Oorlogskundige beschrijving van de veldslagen, en belegeringen, der drie doorluchtige en wijdvermaarde krijgsoversten, hunne vorstelijke hoogheden, den prins Eugenius van Savoye, den prins en hertog van Marlborough, en den prins van Oranje en Nassau-Vriesland, ’s Gravenhage: Isaac van der Kloot, 1729.
- FAGEL François Nicolaas, Relaes Van het gevecht En de voorgevalle Actie aen de Schelde op den 30 Juny 1703- Soo als het selve in den Hage is gerapporteert door den Heer GENERAEL LUYTENANT FAGEL, Waer van gedachte Luytenant Generael oog-getuyge is geweest, ’s Gravenhage: Gerrit Rammazeyn, 1703.
- KNOOP Willem Jan, Krijgs- en geschiedkundige geschriften, eerste deel, Schiedam: H.A.M. Roelandts, 1861.
- SAINT-SIMON Louis, Mémoires, tome I-VIII, Parijs: Gallimard, 1988.
- S.N., Oprecht particulier VERHAEL van alle het geene voorgevallen is op de Marsch van de Trouppes, onder het commando van den Heer Generael van OBDAM, Uyt het Campement tot Ekeren, s.l., 1703
- WIJN, Jan Willem, “Het tijdperk van de Spaanse Successieoorlog”, in: Het Staatsche Leger, Deel VIII, Den Haag: Martinus Nijhoff, 1956.
- WAUTERS, Vic, “De Slag van Ekeren 1703”, in: ’t Bruggeske, tijdschrift van de Heemkring Hoghescote, 35ste jaargang, nr. 3 van 1 september 2003, Kapellen, pp. 79-x en in: Jaarboek, Jaarboek 10, Heemkring Ekeren: Ekeren, 1992
- VON CAUSLER, Franz, Atlas des plus mémorables batailles, combats et sièges des temps anciens du Moyen-age et de l’age moderne, Mersebourg: F. Louis Nulandt, 1839.
- YVOY, Plan van de Batailje der Holland en Franse Armée Voorgevallen tussen Muijsbroeck, Wilmarsdonck en Orderen op den 30 Junij 1703 onder Commande van de Heer Generaal Obdam, ’s Gravenhage: P. Husson, 1703