Een website van het War Heritage Institute

Veldslag
Boerenkrijg (1798)

De 'Opstand van het Jaar VII': de 'Brigands' delven het onderspit tegen het Franse leger.

Boerenkrijg (1798)

Info veldslag

Waar
  • Geannexeerde Zuidelijke Nederlanden: departementen van de 'Schelde' (Oost-Vlaanderen), 'Leie' (West-Vlaanderen), 'Beide Nethen' (Antwerpen), 'Nedermaas' (Limburg)
Wanneer
12 oktober 1798
Einddatum
5 december 1798
Strijdende partijen
Frankrijk
'Brigands'
Troepensterkte
(onbekend)
(onbekend)
Slachtoffers
  • 120 doden
  • (volgens officiële Franse cijfers)
  • 2.000 à 2.500
  • (volgens recente berekeningen)
Legerleiders
Claude Sylvestre Colaud
  • Antoine Constant
  • Pieter Corbeels
  • Corneel Elen
  • Albert Meulemans
  • Emmanuel Benedict Rollier
  • Cornelis Joseph Stollman
  • Emmanuel Jozef Van Gansen

Synopsis

Op 1 oktober 1795 annexeert de Franse republiek de Oostenrijkse Nederlanden en het prinsbisdom Luik. Geconfronteerd met een warboel aan instellingen en wetten alsook een chaos van munten, maten en gewichten gaan de nieuwe Franse machthebbers meteen aan de slag. Ze breken resoluut met de lokale tradities en voeren vanuit het moederland stapsgewijs een nieuw maatschappelijk model in.
Dit gaat, net zoals in Frankrijk, niet zonder slag of stoot. Antiklerikale maatregelen zoals de opheffing van kloosterorden en de vervolging van priesters vervreemden de nieuwe Franse onderdanen van het regime in Parijs. Rekwisities en belastingen verarmen bovendien de bevolking. De invoering van de dienstplicht voor alle mannen van 20 tot 25 jaar steekt de lont in het kruitvat. Deze maatregel wordt afgekondigd bij wet van 5 september 1798, of liever 19 Fructidor van het Jaar VI volgens de dan in voege Republikeinse tijdrekening – zelfs de vertrouwde kalender die al eeuwenlang het levenspatroon van mens en samenleving bepaalt, moet even wijken voor het decimale stelsel.

Op 12 oktober 1798 verjaagt een woedende menigte te Overmere bij Dendermonde een deurwaarder die samen met enkele Franse soldaten beslag wou leggen op de inboedel van een inwoner. Dit incident wordt algemeen beschouwd als startschot van wat later de ‘Boerenkrijg’ is gaan heten, een amalgaan van geïsoleerde, gelijktijdige doch nauwelijks gecoördineerde acties. Gedurende drie maanden blijft het onrustig in het noorden van het huidige België, met name in de regio’s waar amper Franse troepen gekazerneerd zijn. De collectieve acties van de door de Fransen zogenoemde brigands (struikrovers, bandieten) kennen, van het Departement van de Leie (West-Vlaanderen) tot dat van de Nedermaas (Limburg), vaak een parallel verloop. Bij de inname van een dorp sneuvelen vrijheidsbomen prompt als symbool van de Franse republiek onder de hakbijl. De opstandelingen luiden de klokken van gesloten kerken en bedreigen of mishandelen lokale Franse functionarissen. Alvorens verder te trekken, vernietigen ze vaak ook bevolkingsregisters en conscriptielijsten.

schilderij Constant Meunier

In de Departementen van de Schelde (Oost-Vlaanderen) en dat van de Leie herstelt het Franse leger vrij snel de orde, waarna het epicentrum van de actie zich, begin november 1798, verplaatst naar Klein-Brabant, de Kempen en het Hageland. Verhalen over een Britse ontscheping voor de kust of de komst van Oostenrijkse troepen doen geregeld de ronde, maar buitenlandse hulp, onder welke vorm dan ook, blijft evenwel uit. Een tegenoffensief laat dan ook niet lang op zich wachten. Franse militairen heroveren dorp na dorp en de opstand lijkt bedwongen.
Begin december 1798, aangewakkerd door nieuwe geruchten over een buitenlandse inmenging, laait het conflict weer op. Heel wat brigands blazen verzamelen in de omgeving van Hasselt en nemen op 4 december 1798 de stad in. Reeds de volgende dag zetten de Fransen met succes de tegenaanval op Hasselt in. Hun cavalerie haalt de vluchtende brigands in, waarna de huzaren iedereen neersabelen. Na drie maanden komt die dag in het huidige Limburg de ‘Opstand van het Jaar VII’ ten einde, ook al blijft het nog even onrustig in de Zuidelijke Nederlanden.

De Franse repressie achteraf blijkt vaak meedogenloos. Krijgsgevangenen uit Hasselt worden op 7 december 1798 doorheen de straten van Brussel geparadeerd. Velen overlijden achteraf door executie of van ontbering in de gevangenis. Elders stellen de Fransen de opgepakte brigands meteen terecht, al dan niet na een geïmproviseerde krijgsraad. Tussen november 2009 en februari 2011 wordt in Mechelen nog het massagraf van zo’n 40 geëxecuteerden opgegraven.

De Opstand van het Jaar VII kan niet los gezien worden van andere bewegingen van collectieve actie in de woelige jaren na de Franse Revolutie van 1789, zowel in het moederland zelf als in de geannexeerde regio’s. De opstand in de Vendée (1793-1796) of de zogenaamde Klöppelkrieg die evenzeer anno 1798 in het Departement van de Wouden (Luxemburg) woedt, zijn ongetwijfeld de bekendste voorbeelden. Ook hier worden vrijheidsbomen neergehaald en sneuvelen allerlei registers met bevolkingsgegevens.

schilderij Jules Van Imschoot

De term ‘Boerenkrijg’, een germanisme dat sedert het gelijknamige boek van Hendrik Conscience uit 1853 onlosmakelijk met het conflict geassocieerd wordt, laat onterecht een heuse oorlog veronderstellen, vaak zelfs een nationale opstand. De aard van die vermeende opstand hangt sterk af van tijdsgeest en blikveld. Conscience en andere romantische tijdgenoten beschouwen de ‘Boerenkrijg’ als Belgisch fenomeen, terwijl de strijd later vooral als katholiek en Vlaams wordt geduid. In 1898, een eeuw na de feiten, kent deze interpretatie haar hoogtepunt. Tientallen gedenkstenen en -monumenten worden in deze periode opgericht, onder meer in Bornem, Hasselt, Herentals, Mechelen, Mol en Overmere. De strijd inspireert tal van historieschilders en ook het aantal gepubliceerde boeken ligt hoog.

Meer dan twee eeuwen na datum zijn realiteit en mythe omtrent de ‘Boerenkrijg’ evenwel nog al te vaak verweven, ook in de historische literatuur. Zo lijkt niet iedereen te beseffen dat de notoir geworden strijdkreet Voor Outer en Heerd – Voor Altaar en Haard of Voor Kerk en Gezin – tijdens de opstand nimmer zal weerklinken…

 

Literatuur

  • VAN DE VOORDE Hugo, DELSAERDT Pierre, PRENEEL Louis e.a., Bastille, Boerenkrijg en Tricolore. De Franse Revolutie in de Zuidelijke Nederlanden, Leuven: Davidsfonds, 1989, 286 p.
  • FRANCOIS Luc (red.), De Boerenkrijg. Twee eeuwen feiten en fictie, Leuven: Davidsfonds, 1999, 200 p.
  • DE WILDE Ignace, “Boerenkrijgmonumenten van 1898”, in: Monumenten & Landschappen, XVIII (1999) 2, p. 6-24.
  • KNAEPEN Wim & BRUGGEMAN Jordi (red.), De Boerenkrijg. Een archeologische kijk op de periode rond 1798, Leuven: Peeters, 2007, 108 p. (Catalogus n.a.v. de tentoonstelling te Leuven (Centrale Bibliotheek van de K.U. Leuven) van 12 februari tot 24 maart 2007).
  • VAN GEHUCHTEN François, Liever de kogel of de guillotine. De Boerenkrijg in de Nederlanden, Antwerpen: Uitgeverij Polemos, 2019, 446 p.
Galerij